De Leden†††|†††Jaap van Duijn

Dr. J.J. van Duijn (1943) studeerde economie aan de Nederlandsche Economische Hogeschool (drs. 1968, cum laude) en de University of Illinois in Champaign-Urbana (Ph.D. 1972).

Loopbaan:

  • Chief Strategist, Robeco Groep, tot 2005
  • Fondsmanager van het wereldwijd beleggende aandelenfonds Robeco, 1995
  • Chief Investment Officer verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Robeco, 1988
  • Directeur en Lid Raad van Bestuur, van de Robeco Groep, 1983
  • Wetenschappelijk medewerker, lector en hoogleraar algemene economie, Interfaculteit Bedrijfskunde in Delft, , van 1972 tot 1983

Van Duijn is onder meer:

  • Buitengewoon hoogleraar in de praktische aspecten van de beleggingsleer aan de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam, tijdens Robeco-periode.
  • Kroonlid van de Sociaal-Economische Raad
  • Columnist voor NRC-Handelsblad en het Algemeen Dagblad.
  • Hij vervult thans verschillende functies in de profit en non-profit sector.
  • Voorzitter van de Raad van Toezicht van Diergaarde Blijdorp
  • Lid van het Algemeen Bestuur van het Zuid-Hollands Landschap
  • Lid van het Algemeen Bestuur van het Nationaal Groenfonds
  • Lid van het Algemeen Bestuur van het Oranje Fonds
  • Voorzitter van de DLG-Raad
  • Lid van de Raad van Toezicht van Wageningen Universiteit en Researchcentrum
  • Vice-voorzitter van de Centrale Commissie voor de Statistiek van het CBS
  • Lid van de Raad van Commissarissen van AfAB FinanciŽle Diensten
  • Non-executive director van Charlemagne Capital Ltd (Londen)
  • Voorzitter van de Beleggingscommissie van TKP Pensioen
  • Lid van de beleggingscommissie van het pensioenfonds van Akzo Nobel
  • Columnist van De FinanciŽle Telegraaf.

Jaap van Duijn is de auteur van honderden artikelen en acht boeken over economie en beleggen. Zijn laatstverschenen boeken zijn Met gemak betrouwbaar beleggen het verhaal van Robeco (Walburg Pers, 2005) en De groei voorbij (De Bezige Bij, 2007). Van dit laatste boek is inmiddels een derde druk verschenen.